NRC kookblog

Voor een kom van deze kruidige rode linzensoep uit Diana Henry’s Food from Plenty zou je je eerstgeboorterecht nog verkopen. De chili-uienringen zijn optioneel (maar beslist een aanrader, vind ik). Als u geen zin heeft om ze te maken, fruit dan een fijngesneden chilipeper mee met de knoflook, of maak de soep op het laatst op smaak met harissa.

Op 14 maart 2006 begon ik een kookrubriek - toen nog alleen in nrc.next, later ook voor NRC Handelsblad - met een serie recepten voor oud brood. Dit is de laatste week waarin de rubriek in deze vorm bestaat, en het leek mij aardig te eindigen met een recept voor nog iets wat je meestal achteloos weggooit. Zie het als een samenvatting van wat ik de afgelopen 8,5 jaar heb willen zeggen: laten we niet te hoogdravend doen over koken, en: je kunt van de meest eenvoudige dingen iets lekkers bereiden.

Zal je altijd zien. Besluit je je lezers mee te nemen naar watermeloenland - een zonnig, zoet, sappig en knalroze rijk met ongekende culinaire horizonten– besluit de zomer spontaan te transformeren in een soort halfslachtig herfstgebeuren.

Toegegeven, ik had een betere week kunnen uitzoeken om over watermeloen te schrijven. Dit zijn niet bepaald de warmste dagen van de zomer. Maar laten we toch maar doorzetten. Het weer trekt heus wel weer aan, en er zijn zoveel leuke dingen te doen met watermeloen. Drankjes maken bijvoorbeeld. Een smoothie met aardbeien, yoghurt en munt. Of met banaan en karnemelk. Of perzik en limoensap. Watermeloen laat zich met heel veel ander fruit combineren.

Knalgroen, kogelrond en keihard van buiten. Felroze, knisperend, sappig en suikerzoet van binnen. Watermeloenen nemen me elke zomer weer mee naar lang vervlogen vakanties in Italië. Mijn vader en ik waren de enigen binnen het gezin die er op dol waren. Dat schept een band.

Vorige week probeerde ik dit recept voor vegetarische burgers van New York Times-auteur Melissa Clark uit. Clark schrijft over koken voor de New York Times. Ze is geen vegetariër, maar dat heeft haar er niet van weerhouden net zo lang te sleutelen aan een vegetarische burger tot ze het perfecte recept gevonden had. Althans, dat vind zij zelf, en dat ben ik met haar eens. Ik zette haar veggie burgers vorige week aan een zwikje carnivore kinderen voor en die vraten hem met huid en haar op. Meer bewijs lijkt me niet nodig.

Courgettebloemen. Je hebt er een eigen groentetuin voor nodig, vrienden met een groentetuin of een bijzonder toegewijde groenteboer, maar dan heb je ook wat. Mijn eerste impuls wanneer ik die prachtige, bijna lichtgevend diepgele bloemkelken in handen krijg is eigenlijk altijd om ze te vullen en te frituren. Maar je kunt er veel meer mee dan dat. Hun fragiele courgettesmaak en zijdeachtige structuur doet het ook heel goed in pasta’s, risotto’s en fritatta’s.

“Wil je een paar courgettebloemen hebben?” Tegen zo’n aanbod moet je nooit nee zeggen. Dus gilde ik: “Ja natuurlijk, wat dacht je dan?” door de telefoon. De betreffende vriend-met-groentetuin had zelf net vijf dagen achter elkaar gefrituurde courgettebloemen gegeten en hoe heerlijk die ook zijn, op een dag word je wakker en denkt: vandaag even niet.

Dit is de achtste en laatste aflevering van een reeks columns over de Braziliaanse keuken. In de eerste beloofde ik ermee door te gaan zolang het Nederlands elftal zou meespelen in het WK. Wie had gedacht dat we zover zouden komen?

Een van de gerechten die je tijdens een bezoek aan Brazilië niet mag missen is moqueca. De beste plekken om deze visstoofpot te eten zijn Bahia en Espirito Santo. Er schijnt een zekere rivaliteit tussen de twee regio’s te bestaan over wie de originele maakt.