I ♥ curry leaves

Ik had ze Jamie Oliver weleens in een pan zien mikken en dat zag er, zoals bijna alles wat die gast maakt, intrigerend uit. Maar in het echte leven was ik ze nog nooit tegengekomen: curryblaadjes. Nu lagen ze bij de Aziatische supermarkt en in een impuls ik besloot ze te kopen zonder precies te weten wat ermee te doen.

Thuisgekomen stak ik mijn neus tussen het gebladerte en was verrukt. Zelfs na weken experimenteren weet ik nog nauwelijks hoe die geur te beschrijven. Hooguit als een hoogst verfijnd parfum. Fris, met iets citrusachtigs, maar zonder dat ze echt naar citroenen ruiken of zo. Waar ze in elk geval totaal niks weg van hebben, is van kerrie.

Curryblaadjes hebben met het specerijenmengsel kerrie slechts gemeen dat ze beide gebruikt worden in curry’s. Curryblaadjes groeien aan een boom, de murraya koenigil ofwel curryboom, die vooral in India en Sri Lanka voorkomt. Verwarrend genoeg bestaat er ook een kerrieplant. De Helichrysum italicum is een laag, zilvergrijs gewas uit het Middellandse Zeegebied dat juist wel naar kerriepoeder ruikt.

Vergeet die kerrieplant echter gerust weer. Hij mag dan naar kerrie geuren, hij smaakt vooral naar zeep. Curryblaadjes daarentegen blijken een fantastische aanwinst in de keuken. Als ze vers (of vers ingevroren) zijn tenminste, want eenmaal gedroogd is er weinig of niks meer aan.

Nadat ik van mijn verliefdheid melding had gemaakt op Faceboek advieerde een Facebookvriendin me twee blaadjes te kneuzen en die in mijn beha te dragen. Wat ik natuurlijk terstond deed. Die dag betrapte ik mezelf er ieder uur wel een keer op dat ik in mijn eigen decolleté zat te snuffelen. Heimelijk natuurlijk. Maar zijn dat niet de grootste genoegens?

Goed. Hoewel je bovenstaande ontboezeming ook best als een recept zou mogen opvatten, doen we toch nog iets anders met curryblaadjes vandaag. Al zoekend naar toepassingsmogelijkheden stuitte ik op een Zuid-Indiase snack genaamd chana sundal. Dat is een gerecht op basis van kikkererwten (chana), hoewel het ook gemaakt kan worden met andere peulvruchten. De belangrijkste smaakmakers zijn, behalve uit curryblaadjes, mosterdzaad, chili en kokos.

Zoals dat gaat met dit soort volksvoedsel bestaan er zoveel sundalrecepten als er Zuid-Indiase koks zijn. Vaak gaat er ook een theelepeltje urad dal, gespleten zwarte linzen, in. Soms een mespunt asafoetida, duivelsdrek. Soms verse koriander. Zo niet in de mijne. Na het nodige geëxperimenteer heb ik besloten dat ik hem zo het lekkerst vind: met een tikkie knoflook en gember, en vooral met een flinke kneep limoensap om de boel op te frissen.

Met geraspte kokos bedoel ik het gedroogde spul, maar mocht u zin hebben om een verse kokosnoot te slachten en het vruchtvlees te raspen, des te lekkerder. Wie erg van kokos houdt, voege ook gerust iets meer toe. 

Chana sundal

400 g gare kikkererwten (uit blik of vers gekookt)
2 el ghee of olie
1 teentje knoflook
1 tl mosterdzaad
3 cm gember
½ rode chilipeper
12 (verse of diepgevroren) curryblaadjes
2 el geraspte kokos
limoen- of citroensap

Wanneer je kikkererwten uit blik gebruikt, spoel ze dan grondig af onder koud stromend water. Laat ze daarna goed uitlekken. Pel de knoflook en snijd fijn. Schil de gember en snijd fijn. Verwijder desgewenst de zaadjes uit de chilipeper en snijd fijn. Verwarm de ghee of olie in een pan met zware bodem en fruit hierin de knoflook en het mosterdzaad. Voeg na een minuut of zo de gember, chilipeper en curryblaadjes toe. Voeg na nog eens een minuut de kikkererwten toe en laat, al omschuddend, een paar minuten bakken. Voeg de geraspte kokos toe en bak nog een minuutje mee. Maak het gerecht op smaak met zout en limoen- of citroensap.

 
Citrusgelei met curryblaadjes
 
Een eenvoudige citrusgelei waarin hun aroma blaadjes heel goed tot z’n recht komt. Een verfrissend toetje voor na een Aziatische maaltijd.

Voor 4 personen:
600 ml versgeperst sap van sinaasappels
sap en rasp van 1 grote (onbespoten) citroen
12 verse curryblaadjes
suiker of stevia naar smaak
6 blaadjes kleurloze gelatine, geweekt in koud water

Breng het sap, de citroenzest en curryblaadjes tegen de kook aan. Draai het vuur uit en laat ½ - 1 uur trekken en schenk het daarna door een zeef. Knijp de gelatine uit en laat oplossen in het nog warme sap. Proef en maak op smaak met suiker of stevia. Schenk de vloeistof in 4 glazen. Laat de gelei opstijven in de koelkast. Serveer zo, of met ongezoete lobbige slagroom.

Tot slot: waar koop je die toverblaadjes? Wel, de firma Vreeken verkoopt de hele boom (zoek op ‘kerriebladboom’) en verder verwijs ik graag naar de onvolprezen aziatische-ingredienten.nl, waarop een rits adressen door heel Nederland te vinden is.