Cactusvijgen, en een truc om ze pijnloos te schillen

Mijn buurman bracht cactusvijgen mee uit de tuin van zijn Spaanse huis. Prachtige paarse vruchten, die door de zon door en door gerijpt waren. Cactusvijgen zijn erg lekker, maar het zijn ook rotdingen. Hun velletje zit vol stekelige weerhaakjes die, wanneer je ze  beetpakt, aan je handen gaan zitten en vreselijk irriteren. Maar daar is dus een truukje voor, zo leerde ik van de buurman (die de vijgen uiteraard met handschoenen aan had geplukt). Je klemt een vrucht tussen een vleestang en boent ze flink af met een afwasborstel onder stromend water. Daarna kun je ze met je vingers beetpakken. Met een klein mesje trek je nu makkelijk de schil eraf, zo ongeveer als bij stevige pruimen. 

Vervolgens snijd je het stugge boven- en onderstukje eraf en halveert ze in de lengte. Daarna schraap je de zaadjes uit de helften. Die zaadjes kun je in theorie best eten, ze zijn niet giftig of zo, maar ze zijn echt heel hard en daardoor toch een beetje onaangenaam. Wat je overhoudt is het dieppurperen vijgenvruchtvlees. Heerlijk zoet en toch fris, aromatisch vruchtvlees dat wel iets van peer weg heeft. Je moet er wel wat voor doen, maar dan heb je ook wat. En als ze in je tuin (of die van je buurman) groeien is het echt zonde om ze niet op te eten.