Flan caramel

Flan maken is niet moeilijk, maar je moet er wel de tijd voor nemen. Je maakt eerst een karamel, die komt op de bodem van de vormpjes. Daarbovenop schenk je de eiervla. De puddinkjes garen vervolgens in een warmwaterbak in de oven en moeten daarna nog afkoelen en opstijven voor je ze kunt storten. Maar ze zijn het waard.

voor 4 personen:
375 ml melk
3 eieren + 1 eidooier
120 gram suiker
1 kaneelstokje of 2 repen citroen- of sinaasappelschil
verder nodig: 4 flan-vormpjes of ovenbestendige kopjes

Strooi 80 gram suiker uit over de bodem van een zware pan  en voeg 2 eetlepels water toe. Zet op laag vuur en wacht rustig tot het water is verdampt en de suiker begint te karamelliseren. Schommel af en toe met de pan, om de karamellisatie gelijkmatig te laten verlopen, maar roer niet! Schenk de karamel, wanneer hij diep reebruin is uit over vormpjes en laat hard worden. Verwarm de oven op 180°C. Breng de melk met de kaneel of citrusschil tegen de kook aan. Klop de eieren en eidooier met de rest van de suiker en een klein snufje zout los. Schenk de hete melk, door een zeef, al kloppend, bij de eieren. Schenk de eiervla bovenop de karamel in de vormpjes. Zet deze in een braadslede of ovenschaal en vul de schaal met water tot 2 cm onder de rand van de vormpjes. Dek de schaal af met aluminiumfolie en schuif in de oven. Bak de flans 1 - 1,5 uur, tot ze stevig aanvoelen. Haal uit de oven en laat afkoelen. Laat daarna nog minimaal 2 uur opstijven in de koelkast. Haal voor het serveren een scherp mesje langs de randen van de flans om ze los te maken en stort ze op dessertbordjes. Als het goed is, is de karamel vloeibaar en loopt als een saus over het puddinkje.