Sateetjes

Vlees voor saté snijd ik graag in heel kleine blokjes. Dan zijn ze gaar voordat ze verbrand zijn en drogen minder uit. Veel lekkerder dan die grote brokken die je vaak bij de slager krijgt. 

Voor de saté:
2 teentjes knoflook, geperst
een paar cm verse gember, fijngeraspt
½ theelepel korianderpoeder
¼ theelepel komijnpoeder
3 eetlepels ketjap manis
sap van 1 limoen
400 gram (biologische) kippendijfilet of kipfilet
satéprikkers

Doe de knoflook, gember, koriander, komijn, ketjap en het limoensap in een kom, plus een snuf zout en versgemalen peper. Snijd de kipfilet in (echt) kleine blokjes en schep ze om met de marinade. Dek de kom af met vershoudfolie, zet hem in de koelkast en laat het vlees minimaal een uur (maar een etmaal mag ook) marineren. Leg de satéprikkers een uur voordat je gaat barbecueën in een bak met water zodat ze zich vol kunnen zuigen en minder snel verbranden. Rijg de blokjes kip aan de stokjes en rooster ze rondom gaar op de barbecue. Serveer met pindasaus.

Voor de pindasaus:
1 eetlepel arachideolie
1 sjalot, gesnipperd
1 teentje knoflook, gesnipperd
¼ theelepel korianderpoeder
¼ theelepel komijnpoeder
¼ theelepel laospoeder
1 theelepel sambal manis
3 flinke scheppen pindakaas
250 ml kokosmelk
sap van 1 – 1½ limoen
1 eetlepel bruine basterdsuiker
2 – 3 eetlepels ketjap

Verhit de olie in een pannetje en fruit hierin de sjalot en knoflook. Voeg na 1 minuut de specerijen en sambal toe en fruit een minuutje mee. Doe de pindakaas en kokosmelk erbij en roer tot de pindakaas is opgelost. Laat op een heel laag pitje even pruttelen. Als het te hard gaat, gaat de saus schiften. Maak de pindasaus op smaak met limoensap, suiker en ketjap.