Kippenleverpaté met Calvados en appelgelei

Bekijk video

Kippenleverpaté met Calvados en appelgelei

Voor 1 pot paté:
2 sjalotjes of 1 kleine ui
1 teen knoflook
200 g roomboter
2 takjes verse tijm
300 g biologische kippenlevers
100 ml Calvados (of Cognac, Armagnac, Marsala oid)
100 ml appelsap
1 blaadje witte gelatine

Pel de sjalotten (of ui) en knoflookteen en hak ze fijn. Smelt een kwart van de boter in een koekenpan en fruit hierin zachtjes sjalot/ui en knoflook, samen met 1 takje tijm en een snufje zout. Halveer de kippenlevers. Draai het vuur onder de koekenpan hoger en bak de kippenlevers tot ze nog net ietsje roze van binnen zijn. Blus af met een flinke scheut (ruim de helft van de) Calvados. Pas op, dit kan gaan vlammen. Zet de afzuigkap dus vantevoren uit. Laat de alcohol rustig uitfikken; hij dooft vanzelf. Schep daarna de inhoud van de pan in de keukenmachine. Verwijder het takje tijm en laat de rest afkoelen. Pureer de kippenlevers. Snijd de rest van de boter in blokjes en voeg die toe terwijl de machine loopt. Proef en maak de pate op smaak met zout en royaal versgemalen peper. Werk de levermousse door een zeef en doe hem over in een patépot of schaaltje. Zet het geheel even in de koelkast. Week het blaadje gelatine in ruim koud water. Breng de appelsap samen met het restje Calvados aan de kook en laat inkoken tot de helft. Knijp het gelatineblaadje uit en laat het al roerend oplossen in de vloeistof. Wacht tot het appelsap begint te geleren. Haal de paté uit de koelkast, leg er het tweede takje tijm op en schenk de appelgelei erover.  Laat de paté nog een paar uur opstijven in de koelkast.