Kaassouffleetjes met knoflook en tijm

Het maken van een soufflé heeft de reputatie lastig te zijn. Maar het is allemaal een kwestie van de trucs kennen. De roux (de basis van de soufflé) goed laten garen. De eiwitten kloppen in een brandschone kom en zo luchtig mogelijk door de saus spatelen. Na het vullen de randjes van de soufflebakjes goed schoonmaken. De oven niet tussentijds openen. En natuurlijk de soufflés opdienen voor ze de kans krijgen in te storten. (Want ja, dat doen ze na een tijdje onvermijdelijk.)

 Kaassoufflé's

Voor 4 personen, als voorgerecht

30 gram roomboter
15 gram bloem
125 ml melk
3 kleine eieren
80 gram belegen boerenkaas, geraspt
1 teentje knoflook, fijngewreven in een vijzel
½ theelepel verse tijmblaadjes (of een snuf gedroogde)
4 ovenbestendige bakjes of kopjes (inhoud 200 ml), ingevet met boter

Verwarm de oven op 200 graden. Laat de boter smelten in een pan op middelhoog vuur. Voeg de bloem toe en roer met een garde glad. Voeg scheut voor scheut de melk toe en blijf kloppen zodat een mooie, fluwelige saus ontstaat. Draai het vuur laag en laat de saus 10 minuten zachtjes pruttelen. Roer elke 30 seconden even door om te voorkomen dat zich een vel vormt. Scheid de eieren. Haal de roux van het vuur en roer de eidooiers erdoor. Roer er ook de knoflook, tijm en kaas door en maak op smaak met zout en peper. Doe de eiwitten in een brandschone kom en klop tot een stevig schuim. Schep eerst 1/3 van het schuim door de kaassaus. Voeg daarna de rest toe en spatel zo luchtig mogelijk om. Vul de bakjes of kopjes en maak met een keukenpapiertje de randen zo goed mogelijk schoon – dat vergemakkelijkt het rijzen. Bak de soufflés in het midden van de oven in 18 – 22 minuten gaar. Serveer direct, eventueel met een kleine salade van witlof of bittere slasoorten en een balsamicodressing.