Hoe bereidt je een paard?

'Hoe bereidt je een paard'? Dit boek viel gisteren in de brievenbus, opgestuurd door mijn aardige uitgever Nieuw Amsterdam. Geweldige titel, en ook nog eens een ontzettend handig en leuk geschreven gidsje over taal. De auteur, Friederike de Raat was drie jaar lang hoofd van de eindredactie van NRC. Het is trouwens maar goed dat ze

 daar zulke strenge eindredacteuren hebben, want in mijn columns wil ik ook nog wel eens een d'tje met een t'tje verwisselen. Ik zal nooit vergeten dat Titia Ketelaar, voorheen chef van nrc.next, mij na twee jaar schrijven vertelde dat ik steevast het woord 'gekaramelliseerd' verkeerd spelde. Ik gebruik dat woord vrij vaak in mijn stukken, omdat ik nu eenmaal van gekaramelliseerde smaken houd (bijna alle vlees en groenten bijvoorbeeld, worden lekkerder wanneer je ze bakt of roostert en de natuurlijke suikers de kans krijgen om te bruinen), maar om eerlijk te zijn weet ik nu nog steeds niet zeker of ik het goed schrijf. 

Afijn, hoe je een paard berijdt weet ik dan weer wel. Als tartaar.

Snij voor 2 personen met een scherp mes 350 gram paardenbiefstuk in kleine, gelijkmatige blokjes. Meng er 1 flinke fijngesneden sjalot, 1 eetlepel fijngesneden kappertjes, 1 theelepel fijne mosterd, 1 eetlepel fijngesneden peterselie, 1 eidooier, 2 eetlepels olijfolie en naar smaak zout,  peper en worcestershiresauce door. Maak mooie bolletjes tartaar op 2 borden. Garneer met een gebakken kwarteleitje, een opgerold ansjovisje en enkele sprieten bieslook.