Zelfworster? Zoooo 2007

Vandaag plopte er een persbericht in mijn mailbox waarin het woord 'zelfworster' werd uitgeroepen tot Foodlingo van 2011. Leuk, dacht ik, da's mijn woord. In november 2007 schreef ik een week lang in nrc.next over het thuis fabriceren van worst (o.a. hier en hier en hier), en omdat 'iemand die zelf thuis worst maakt' nogal een lange betiteling is, gebruikte ik 'zelfworster'. 

(In diezelfde week werk ik trouwens geinterviewd in het radioprogramma Kunststof, en ontstond als vanzelf het werkwoord zelfworsten, als in: ik zelfworst, jij zelfworst, wij zelfsworsten etc.)

Afijn, tot mijn verbazing werd het woord opeens toegeschreven aan Meneer Wateetons en Sjoerd Mulder, auteurs van het dit jaar verschenen boek 'Over worst'. Hartstikke leuk boek, aardige jongens, daar niet van, maar niet hun woord.

Waar hebben we het nu helemaal over? Nergens over natuurlijk, dat weet ik ook wel. Maakte niet iedere boerenfamilie vroeger zelf thuis worst? Maakt niet een kwart van de Italianen/Polen?Chinezen/wereldbevolking nog steeds zelf zijn worst?

En ook: het is maar een woordje.

En ook: ik weet niet eens zeker of niet iemand voor mij het ook al gebruikte.

Maar toch. Het is mooi dat de bedenkers van de foodlingo-verkiezing een en ander even hebben gezet in een naschrift. Mochten de samenstellers van De Dikke van Dale namelijk ooit overwegen 'zelfworster' een officieel plekje te geven in het woordenboek, ja, dan zou ik toch wel prijs stellen op enige credits. 

 

Op de foto's zijn mijn voormalige buurvrouw Sylvia Witteman en ik aan het zelfworsten bij mij in de keuken. Wie ook graag wil toetreden tot het gilde der zelfworsters, in dit filmpje laat ik zien hoe het moet.