De oliebollen van ome Leo

De Hollandsche Gebakskraam staat al een maand of drie op het plein. Ik fietste er week in week uit met droge mond langs. Oliebollen eten in september, da’s net zoiets als aardbeien snoepen terwijl je op televisie naar de Elfstedentocht kijkt. Er is een woord voor, maar welk ook alweer. Anachronisme? Afijn, vandaag greep de dikke frituurlucht mij voor het eerst bij de kladden. 

Mijn speekselklieren reageerden, nog voor het woord oliebol in mijn hoofd viel. Zou ik? Niet gedaan. Ze vallen toch altijd tegen. Te vet, te zwaar, te taai en vooral, te saai. Een beetje oliebol bevat meer dan zeven krenten en een halve rozijn. Nee, toch maar liever weer zelf aan de slag. Met het recept van Ome Leo. 

Wij hadden vroeger een buurman, waar we geen familie van waren maar die we toch oom noemden. Ome Leo bakte elk jaar oliebollen voor de hele buurt. Tante Janny wilde die frituurlucht voor geen goud in haar keuken hebben en verbande hem steevast naar het schuurtje achter het huis. Wij zwermden daar de hele oudejaarsdag als hongerige wolfjes omheen, hopend op een try-outbol, vers uit de kokende olie. “En?” vroeg ome Leo dan, “zijn ze lekkerder dan vorig jaar?” Hij probeerde zijn eigen bollen elk jaar te overtreffen door extraatjes als noten, ananas uit blik, stemgember of kokos toe te voegen. Eén jaar ging hij zich zo te buiten aan exotica dat niemand zijn knoepertjeharde creabollen bliefde. Maar meestal waren ze heerlijk. Luchtig en licht, dankzij oom Leo’s geheime wapen: karnemelk.

 

voor ongeveer 24 oliebollen:
1 goudrenet, grof geraspt
geraspte schil van 1 citroen
75 g rozijnen
75 g krenten
500 g bloem
1 zakje gedroogde gist (7 g)
1 theelepel suiker
1 theelepel zout
1 ei, losgeklopt
500 ml karnemelk (op kamertemperatuur, dus niet direct uit de ijskast!)
frituurolie (bijvoorbeeld arachideolie)
poedersuiker

Meng in een kom de geraspte appel, citroenschil, rozijnen en krenten met 1 eetlepel bloem. Meng de rest van de bloem, de gist, suiker en het zout in een grote beslagkom. Maak in het midden een kuiltje en schenk hierin het ei. Begin te kloppen met een garde of handmixer en voeg gelijktijdig de karnemelk toe. Blijf roeren tot een glad beslag ontstaat. Schep het appel-rozijnenmengsel luchtig door het beslag. Dek de kom af met een vochtige theedoek en laat het beslag op een warme, tochtvrije plaats een uur rijzen, of tot het in volume verdubbeld is. Verhit de frituurolie in de frituurpan of in een andere grote pan tot 175 graden. Als je noch een frituurpan met thermostaat, noch een kookthermometer bezit, laat je een broodkorstje in de olie vallen. Als de olie meteen begint te borrelen en het broodkorstje kleurt, is de olie heet genoeg. Om mooie bollen te maken is een ijsbolletjestang handig, maar het kan ook met twee grote lepels. Doop ze eerst in de hete olie, schep daarna een bolletje uit het beslag en laat in hete olie glijden. Bak zo maximaal 5 oliebollen tegelijk (anders is de pan te vol en daalt de temperatuur van de olie teveel).  Bak de bollen in ongeveer 5 minuten goudbruin. Sommige zullen vanzelf draaien wanneer de onderkant bruin is, andere moet je een tikje geven. Intussen heb je een vergiet bekleed met een dubbele laag keukenpapier. Vis de bollen met een schuimspaan en laat ze daarin uitlekken. Bak op deze manier oliebollen tot je beslag op is. Doe lekker royaal met poedersuiker.