Over schouders en slagers

“Dat ziet er niet best uit,” zei de orthopeed vanmiddag terwijl hij op zijn beeldscherm een serie tamelijk lugubere MRI-foto’s van mijn schouder bekeek. “Ik zou u eigenlijk moeten opereren, maar dat wordt wel een lastige klus.” “Nou, laten we daar dan eerst nog maar eens een nachtje over slapen,” haastte ik me te antwoorden. Weliswaar hangt mijn rechterarm er sinds ik vorig jaar kerst van de trap donderde er een beetje voor spek en bonen bij, maar erg genoeg om zo’n snijgeile schouderslager eraan te laten pielen vind ik het bij lange na niet. 

Afijn, op de terugweg naar huis fietste ik nog even langs mijn onvolprezen vleesdealer PJ van de Broek. Voor een etentje morgen staat lamsschouder op het menu. “Genoeg voor 6 man graag, en met bot.” Laat PJ nu een kwartiertje voor ik zijn winkel binnenstapte al zijn lamsschouders hebben uitgebeend. Net wilde ik een tirade starten over schijterige carnivoren van tegenwoordig die hun vleesje zo anoniem mogelijk op hun bord willen opdat ze er tijdens het kauwwerk vooral niet aan worden herinnerd dat wat ze eten ooit aan een heus beest vastzat, toen PJ zei: “Maar dan naai ik hem er toch gewoon weer voor je in.”

Zo gezegd zo gedaan. Werkje van 2 minuten. Misschien moet ik PJ vragen of hij ook mensenschouders doet.