Hoe duid je een dadel?

'Hij is niet wat hij lijkt, dit gerimpelde oude mannetje met zijn gelooide, zondoorstoofde huid. Vanbinnen is hij iemand anders. Onder zijn papieren velletje huist een jonge vrouw. Bijt in hem en zij komt tevoorschijn, haar geur zoet en weelderig als een chiquedamesparfum, haar vlees mals als het binnenste van een meisjesdij. Ze smaakt naar duizend-en-een-nacht.'
Er zijn vele manieren om een dadel te beschrijven. Zo deed ik het, gisterenavond in de trein op weg naar NRC's 'Nacht van de columnist' in de Amsterdamse stadsschouwburg. Een paar zinnen, tussen de rails opgekrabbeld in mijn Moleskine. In mijn tas  twee dozijn dadels. Ik ging een stoomcursus kookschrijven geven aan een aantal trouwe kooklezers. De dadels werden uitgedeeld en de opdracht luidde: schrijf een mini-column over deze vrucht, maar zonder  woorden als lekker, heerlijk, verukkelijk, of vies, smerig, afijn, zonder dit soort adjectieven te gebruiken. Dat is namelijk het lastigste aan schrijven over eten: niet te vervallen in zulke subjectieve en daarmee weinig zeggende woorden.
Het resultaat was verrassend en inspirerend. Aan het einde van de avond lagen er 15 totaal verschillende verhaaltjes over dadels. Iemand schreef over een dadelsoep, ooit gegeten in Tunesie. Iemand herrinnerde zich de voorliefde van haar vader voor dadels. Iemand had een hekel aan dadels en wenste dat ik chocolade had meegenomen. 
Ver na middernacht deelde ik de overgebleven dadels uit aan mijn medecolumnisten in de bar. Jelmer Steenhuis en Frits Abrahams aten er met smaak van. Youp van t Hek sloeg beleefd af.