Gastgerichtheid

Nederlands is het duurste land in West-Europa om uit eten te gaan, lees ik vanochtend in een artikel van Stéphane Alonso in nrc next. Tegelijkertijd hebben we zo’n beetje de slechtste service. 

‘Horecaondernemers investeren al jaren bijna uitsluitend in ‘hardware’, zaken als designmeubelair, parkeerplaatsen, garderobes, kinderhoeken, toiletten, computers, tevredenheidsonderzoek en wifi.’ Aldus Benno Renaud, die horecapersoneel traint in gastgerichtheid. Investeren in ‘software’, personeel dus, vinden restaurateurs niet de moeite waard.

Gastgerichtheid. Een treurig en veelzeggend pleonasme als je het mij vraagt. Op wie moet restaurantpersoneel zich anders richten? Met weemoed denk ik terug aan de obers door wie ik mij liet bedienen in Lissabon en Madrid, in Rio de Janeiro, in Siciliaanse ijssalons, in Zuid-Duitse pensions, in Brusselse cafés. Keurige, kaarsrechte heren die hun sleetse zwarte pak, polyester overhemd en door jaren en jaren afleggen van de 7 meter tussen keuken en tafel stukgelopen schoenen met trots dragen. De plees zagen er niet uit. En je jas hing je gewoon over je stoel. Maar die obers. Helden zijn het!

 

PS: de foto nam ik in het damestoilet van restaurant Fred in Rotterdam, officieel verkozen tot de Mooiste Toiletruimte van Nederland.