juli 2013

Leve de zomer, leve verse bonen

Vorige week zag ik op de biologische markt in Den Haag verse kievits- en witte bonen en dat is iets om serieus opgewonden van te raken. Paarsrode spikkels en vlekken op een blanke ondergrond, daaraan herken je kievitsbonen. In het Italiaans heten ze fagioli borlotti en ze worden vooral in Toscane en Umbrië veel gegeten. Groenteboer Perry van mijn favoriete kraam Ecoville vertelde me dat veel van zijn klanten de meest frisse, heldergekleurde bonen uitzoeken, maar dat de bonen die peulen die al wat doffer en taaier zijn  – hij gebruikte het woord ‘verleerd’ – het lekkerst zijn.

Verse kapucijners

Wat is de zomer toch een gul en smakelijk jaargetijde. Zijn de asperges net op, kunnen we alweer genieten van de volgende seizoenstraktatie. Tuinbonen bijvoorbeeld. En zeekraal. Doperwten. Lamsoren. Kapucijners. Kersen, niet te vergeten.

Rabarbersorbet en mijn nieuwe boek

‘Wat is je favoriete rabarberrecept’, vroeg iemand mij 2 weken geleden via Twitter. Daar moest ik even over nadenken. Er zijn zo veel fijne dingen te doen met rabarber. Twee dagen eerder had nog ik een tamelijk briljant dessert van aardbeien en rabarber met vanilleijs en meringue gegeten bij Hotel de Goudfazant in Amsterdam. Het bijzondere eraan was dat de rabarber niet tot moes gekookt was maar 48 uur onder druk gemarineerd in suiker. Hij was dus nog rauw en knapperig. Wat een vondst, dat ga ik zeker zelf zeker ook eens proberen.